Tracks, routes & navigatie

Taal:

Track of route? Het kleine, grote verschil

Een track is een opgenomen of geïmporteerde puntenreeks — het spoor van een rit, zonder waypoints en zonder afslaginformatie. Een route is gepland: start, bestemming en daartussen shaping- en via-punten die het verloop vormen. Staan track én route tegelijk op de kaart, dan vraagt TDM bij het starten welke je wilt rijden.

Voor de navigatie betekent dat: bij een route gaan de geplande waypoints rechtstreeks naar de routeplanner — met volwaardige manoeuvre-aanwijzingen langs het geplande verloop. Een track wordt bij de start automatisch „nagerouteerd“: TDM legt op regelmatige afstanden (ongeveer elke 500 m) onzichtbare doorrijpunten op het spoor en laat de router daar een rijdbare route van bouwen — zo krijgt ook een track echte gesproken aanwijzingen.

Ook de herberekening verschilt: verlaat je een route, dan plant TDM naar het resterende verloop of de bestemming. Verlaat je een track, dan zoekt TDM een terugkeerpunt een flink stuk vooruit op het spoor (meestal een paar kilometer) en brengt je terug op de track — je koos hem tenslotte om zijn tracé. En: een track kent geen via- of shaping-punten — de overslaan-instellingen doen daar niets.

Zie ook: Uit de TD-Cloud of ter plekke gepland? · Naast de route: detectie en herberekening · Instappen op een track of route

Uit de TD-Cloud of ter plekke gepland?

Een route uit de TD-Cloud — gepland in TD of GSR — brengt haar complete planning mee: alle shaping- en via-punten komen ongewijzigd in de navigatie terecht. Bij het eerste openen bewaart TDM een lokale kopie; daarna is de route ook zonder internet beschikbaar. (GPX-bestanden uit andere programma's zonder waypoint-typen houden alleen start en bestemming over — ze worden dan behandeld als een simpele A-naar-B-verbinding.)

Een ter plekke in TDM geplande route ontstaat uit de zoekfunctie, een lange druk op de kaart of een POI. Elke stop heeft in de editor een luidsprekerschakelaar: aan = via-punt (genummerd, wordt bij het passeren omgeroepen), uit = shaping-punt (vormt de route geruisloos).

Onderweg behandelt de navigatie beide gelijk — afwijkingsdetectie en herberekening volgen dezelfde regels. Het merkbare verschil komt puur uit de waypoint-structuur: een zorgvuldig geplande cloud-tocht heeft meestal veel shaping-punten die het gewenste verloop vastleggen; een spontane route heeft doorgaans maar een paar echte stops en laat de router meer vrijheid.

Zie ook: Je tracks & routes uit de cloud · Track of route? Het kleine, grote verschil · Shaping- of via-punt? Prioriteit en overslaan

Naast de route: detectie en herberekening

TDM projecteert je positie voortdurend op het geplande verloop. Tot 60 m afstand geld je als „op de route“. Tussen 60 en 100 m ligt een bufferzone — een parallelweg op 80 m afstand activeert niets. Pas wie meerdere seconden achtereen verder dan 100 m weg is, geldt als van de route af.

Dan verschijnt de banner „Route verlaten“ met twee knoppen: Herberekenen start na een korte countdown vanzelf — aantikken start direct. Negeren geeft 60 seconden rust, bijvoorbeeld voor een bewuste afsnijding. De automaat is in de instellingen uit te zetten („Niet automatisch herberekenen“) — dan beslis jij altijd zelf.

De herberekening gehoorzaamt vaste regels: tussen twee pogingen zit minstens zo'n 5 seconden; wie nauwelijks bewogen heeft, veroorzaakt geen nieuwe poging; na mislukkingen groeit de wachttijd, en na veel mislukkingen op rij meldt TDM eenmalig „Routeberekening niet mogelijk“. Een route die met een U-bocht zou beginnen wordt je nooit ondergeschoven — in plaats daarvan komt de melding dat je tegen de geplande route in rijdt. Zonder internet rekent de offline-engine door, mits de offline-kaart van de regio is geïnstalleerd.

Strategisch probeert TDM je eerst met een kort verbindingsstuk terug op het oude verloop te brengen — terugkeerpunten van 50 m tot 2 km vooruit worden bekeken, en de rest van de geplande route blijft onaangeroerd. Pas als dat niet zinvol is, wordt er over de resterende waypoints of rechtstreeks naar de bestemming gepland.

Zie ook: Shaping- of via-punt? Prioriteit en overslaan · Track of route? Het kleine, grote verschil · Geen bereik? Geïntegreerde offline-routering

Shaping- of via-punt? Prioriteit en overslaan

Beide vormen de route — maar met verschillende prioriteit. Een shaping-punt dwingt het verloop geruisloos over een bepaalde plek: geen nummer, geen stop, geen melding. Een via-punt is een echt tussendoel: genummerd, en bij het passeren (binnen zo'n 80 m) meldt TDM „U passeert: …“. Via-punten hebben de hogere prioriteit — waar de router limieten stelt of plausibiliteitschecks punten schrappen, sneuvelen altijd eerst shaping-punten, nooit je echte stops.

Het verschil telt vooral bij de herberekening, met twee aparte instellingen: „Shaping-punten overslaan“ (af fabriek aan) laat vormpunten die al achter je liggen weg in plaats van ernaar terug te keren. „Via-punten overslaan“ (af fabriek uit) doet hetzelfde met echte stops. Een overgeslagen punt blijft de rest van de rit buiten beschouwing. Staan beide schakelaars uit, dan volgt elke herberekening strikt de geplande tocht — desnoods met terugkeer naar een omzeild punt.

Daaruit volgen twee simpele recepten: wie een plek absoluut niet wil missen, markeert die als via-punt en laat „Via-punten overslaan“ uit — na elke afwijking leidt TDM je er weer heen. Wie gewoon snel en veilig van A naar B wil, zet ook het via-overslaan aan — de herberekening ruimt dan alles achter je op en richt zich naar voren. Onderweg kan het ook per geval: in Android Auto is het eerstvolgende via-punt via het menu over te slaan. Handig is ook „auto-shaping“: stops waarvoor je een pauzetijd invult, worden automatisch een via-punt.

Zie ook: Via-punten vs. vormpunten · Naast de route: detectie en herberekening · Uit de TD-Cloud of ter plekke gepland?

← VorigeVolgende →